Vitamine B12: een mogelijke vorm van depressietherapie


Depressies vormen een steeds vaker voorkomende aandoening. Dit kan optreden bij beide geslachten en op elke leeftijd. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn wereldwijd depressies de belangrijkste reden voor arbeidsongeschiktheid en de tendens is stijgende. Depressies gaan gepaard met stemmingswisselingen, gebrek aan interesses, slaapstoringen, schuldgevoelens, verslechterd concentratievermogen, verstoorde zelfwaarneming en schommelingen van eetlust en gewicht. Bij een depressie kunnen deze storingen chronisch worden. Chronische ziektes hebben in tegenstelling tot acute aandoeningen geen duidelijk te bepalen beginpunt, maar ontwikkelen zich langzaam en sluipend gedurende een langere tijd. In het ergste geval kan een depressie leiden tot zelfmoord (suïcide). Jaarlijks worden ca. 850.000 sterfgevallen in verband gebracht met depressie (1).

De depressie is een storing, die kan worden beïnvloed door uiteenlopende factoren. Zo wordt vaak een samenhang met geneeskundige aandoeningen als bijv. hartproblemen, zoals een hartinfarct, beroerte, Alzheimer, epilepsie, diabetes of kanker vastgesteld.

De standaard therapieprocedure bij depressie bestaat uit het voorschrijven van antidepressiva. Toch laat meer dan 40% van aan depressie lijdende patiënten geen bevredigend resultaat zien bij de therapie met medicijnen. Daarnaast hebben antidepressiva veel bijwerkingen. Hieronder vallen een verlaagde bloeddruk, gewichtstoename, verteringsstoringen of seksuele functioneringsstoringen (2).

Vanwege de moeilijke therapie en het continu toenemende aantal nieuwe gevallen, is het noodzakelijk om zich intensief bezig te gaan houden met profylactische maatregelen (preventie) en alternatieve therapiemogelijkheden.

Verschillende microvoedingsstoffen als vitamine D, foliumzuur of omega-3-vetzuren worden reeds lang in samenhang met depressies besproken. Foliumzuur zorgt bijvoorbeeld voor een verbeterde hersen- en zenuwfunctie. Door de mogelijke verbinding tussen depressie en foliumzuur zag men voor het eerst een samenhang met vitamine B12. Vitamine B12 is sterk betrokken bij de foliumzuurstofwisseling, daar het de verandering van een stof (homocysteïne) in methionine beïnvloedt. De methionine is weer noodzakelijk in de foliumzuurstofwisseling. Hierdoor blijkt vitamine B12 - net als foliumzuur - van invloed te zijn op de hersenfunctie. Verder werd meerdere keren een vitamine B12-tekort vastgesteld bij depressieve patiënten. Een lage vitamine B12-spiegel kan bijvoorbeeld ontstaan door verschillende medicijnen, zoals ontstekingsremmende medicijnen (1). Therapiepogingen met vitamine B12 lieten in diverse studies zien dat het risico op een depressie met 50% gereduceerd werd. Dit werd bij patiënten, die een beroerte hebben gehad, over een periode van zeven jaar vastgesteld (3).

Concluderend kan gezegd worden, dat depressies een steeds grotere betekenis krijgen in onze maatschappij. Ze worden veroorzaakt door uiteenlopende factoren en mechanismen. Daarom zou bij de behandeling het hele lichaam en dus ook de voedselinname, met name van de B-vitamines als foliumzuur en vitamine B12, in ogenschouw genomen moeten worden. Een B12-tekort kan het risico om een depressie te ontwikkelen, verhogen en dient daarom onmiddellijk te worden behandeld. Gebruik hiervoor onze vitamine B12-test. Hierbij wordt de concentratie van de actieve vitamine B12 - de zogenaamde holotranscobalamine - in uw bloed gecontroleerd. Daar deze laboratoriumparameter een lege vitamine B12-opslag al weergeeft voordat de symptomen zich manifesteren, geeft het de vroegste aanwijzing voor een vitamine B12-gebrek.


Share:

Tags